De naamlozen herdacht

Aan het woord armenlap kleeft een beetje een negatieve gedachte. Een stukje van de begraafplaats voor arme mensen, die zonder steen of merkteken, anoniem dus, in de grond verdwenen. Dat was vroeger het einde van de allerarmsten, het uitschot, de verschoppelingen. Ten eerste blijkt die gedachte niet helemaal te kloppen. Ten tweede prijkt op de begraafplaats van Loppersum sinds eind oktober wel een steen op de armenlap: voor allen die daar terecht zijn gekomen.

Door Els Zwerver

De armenlap van Loppersum werd op 31 augustus 1892 in gebruik genomen met de begrafenis van Roelfke Zwart. Zij was nog die nacht overleden op 71-jarige leeftijd en werd ter aarde besteld in het vak 1B, helemaal linksboven in de zuidelijke hoek. Roelfke, ‘dagloonersche’, had drie echtgenoten, een dochtertje (1 jaar) en een zoontje (8 jaar) overleefd en had nog één levende zoon, maar die kon of wilde niet betalen voor de begrafenis van zijn moeder. Daarom moest de gemeente ervoor opdraaien.

Wet

In 1869 was de Wet op de Lijkbezorging aangenomen, die verschillende zaken rondom begrafenissen (crematies waren nog niet toegestaan) regelde. In die wet stond ook dat gemeenten verplicht waren om de begrafenissen te bekostigen van onbekende vreemdelingen, dak- en thuislozen en dus ook de armsten. Op de begraafplaats van Loppersum werd een bijna vierkant veld hiervoor gereserveerd en verdeeld in 432 genummerde vakken.

Roelfke had de wellicht twijfelachtige eer om als eerste op de armenlap begraven te worden. De doden na haar werden steeds met één vak ertussen in dezelfde ‘kolom’ gelegd, al werd er in later jaren steeds meer van die regelmaat afgeweken.

Op de armenlap liggen relatief veel jonge kinderen, soms nog geen jaar oud of levenloos geboren. Natuurlijk zijn de meesten ouderen. Zeventigers, tachtigers, een enkeling van 96. Maar ook leeftijden als 28, 34 en 49 staan ertussen en die doen kleine tragedies vermoeden. In 1945 werden de laatste doden op de armenlap begraven, waaronder drie onbekende Duitse soldaten, die na verloop van tijd zijn herbegraven in Ysselsteyn.

Zoekwerk

De namen van de overledenen werden dan wel niet in een grafsteen gebeiteld, ze werden wel genoteerd in de gemeentelijke archieven en zijn dankzij naarstig speurwerk van vrijwilligers van het begraafplaatsproject boven water gekomen. Gré Wijnenga, een van die vrijwilligers: ‘Met verschillende mensen zijn we al met al wel twee jaar bezig geweest om die namen terug te vinden, die op een plaquette te krijgen en om een mooie steen te realiseren.’

Rini Doff, officieus leidster van het begraafplaatsproject: ‘We hebben het met het hele team van vrijwilligers gedaan en we hebben op alle vlakken hulp en ondersteuning gehad van de gemeente. Bij het archiefonderzoek, bij het ontwerpen en bij het beschikbaar stellen van materialen.’

Geschikt plekje

Het resultaat mag er zijn. Sinds eind oktober staat aan de noordwestelijke rand van de armenlap een sober, maar statig monument in zwarte steen. Het ontwerp sluit aan bij de oude grafstenen uit de negentiende eeuw. De naamlozen herdacht staat erop; een eenvoudige, maar treffende zinsnede. ‘We wilden het monument niet in het midden zetten’, vertelt Gré. ‘Niet op een plek waar iemand lag. Op deze plek aan de rand kan iedereen het monument benaderen zonder per ongeluk over de andere graven heen te lopen.’

Bij het baarhuisje zijn de namen, leeftijden en sterfdata van de voorheen naamlozen op een plaquette gedrukt die in het prachtig gerestaureerde, voormalige ‘mededelingenbord’ is gehangen. Rini: ‘Dat bord stond vroeger in de Raadhuisstraat, maar is op den duur verhuisd naar Bellevue. Het was eigendom van Rob Sleurink, maar hij heeft het gedoneerd aan dit project. Onze vrijwilligers hebben het bord opgeknapt en geverfd en met hulp van de gemeente is het op deze plek neergezet.’

Iets achterlaten

Voor de vrijwilligers van het begraafplaatsproject is dit een flinke mijlpaal in hun carrière. Gré: ‘We zijn straks vijftien jaar bezig. Je kunt tot in eeuwigheid doorgaan, maar we worden ook ouder. We hebben enkele leden verloren en op een dag komt het moment van stoppen. Dan laten we dit in ieder geval achter.’
Het monument zou in december met een kleine ceremonie officieel onthuld worden door de gemeente, maar vanwege moeilijkheden rondom het coronavirus bleek dat uiteindelijk niet mogelijk. De trots en tevredenheid bij de leden van het begraafplaatsproject is er echter niet minder om.

De naamloze doden van Loppersum zijn in elk geval niet langer anoniem. Aan het waardevolle werk van het begraafplaatsproject is in 2020 weer een prachtig hoofdstuk toegevoegd.